Foeliestraat 14-16 *

Foeliestraat 14-16 *, Isidoor (Dorus) Hertzberger en Emanuel (Emile) Hertzberger, 11 augustus 1911

(E)erste Steen gelegd door
(Do)rus en Emile Hertzberger
11 augustus 1911

Datum van steenlegging

11 augustus 1911

Steenlegger(s)

Isidoor (Dorus) Hertzberger en Emanuel (Emile) Hertzberger

Achtergrond steenlegger(s)

Isidoor (Dorus) Hertzberger (Eindhoven 1900-Achel, België 1976) was directeur van de N.V. Vereniging Groninger Confectiefabrieken.
Emanuel Andreas (Emile, Miel) Hertzberger (Eindhoven 1907-Luxemburg 1967) was tot 1938 directeur van de N.V. André Hertzberger's Confectie- en Textielfabrieken.


Pand

De panden 14 en 16 vormden samen het confectiemagazijn van André Hertzberger. Het pand is ná 1908 gebouwd; de panden die hier eerder stonden waren per 4 december 1908 onbewoonbaar verklaard. Op de foto rechts ziet men de situatie van 1930 (Beeldbank nr 5293FO000011). De architect van de panden was E.M. Rood. In de gevel zit zijn architectensteen.

André Herzberger was de oprichter van een confectiebedrijf in Eindhoven (1898). Het bedrijf vervaardigde confectie voor jongens, heren en kinderen, bestemd voor de Nederlandse markt en voor de export. In 1909 vestigde André zich in Amsterdam (Geldersekade, Foeliestraat 14-16 en Prins Hendrikkade 141, 'Fabrikant van Heeren- en Kinderconfectie'). Tijdens de bezetting droeg de fabriek de naam 'N.V. Nederlandsche Kleding- en Textielfabrieken De Lama'.
In de jaren '80 sloot het bedrijf, dan geheten 'N.V. Confectiefabriek E.M. Hertzberger', de deuren.


Relatie tussen steenlegger en pand

Isidoor en Emanuel waren de zoons van André (Andreas) Hertzberger (Eindhoven 1874-Bergen Belsen 1944) en Selma Roos (Amsterdam 1870-Tröbitz 1945); het echtpaar had zes kinderen.

Steen

De eerste letter van de eerste regel (E) en de eerste twee letters van de tweede regel (Do) zijn verborgen achter een stalen strip langs de lengte van de voordeur. De naam ‘Dorus’ is een afkorting van ‘Isidoor’. De steen maakt deel uit van de linker deurstijl, en is samen met de gevel wit geschilderd.

Staken in de Foeliestraat

Het begin van de 20ste eeuw was een tijd van sociale veranderingen. Arbeiders en hun leiders organiseerden zich in hun strijd voor betere arbeidsvoorwaarden. Voor de diamantwerkers, joods en niet-joods, werd in 1894 de Algemene Nederlandse Diamantwerkers Bond (A.N.D.B.) opgericht door de bekende Henri Polak (1868-1940). De A.N.D.B, Nederlands eerste grote vakbond, stond aan het begin van de latere NVV. Ook andere arbeiders en arbeidsters uit de joodse buurt kwamen in verzet tegen ‘de bazen’.
In 1912 brak er onder de naaisters van de confectiefabriek van Hertzberger aan de Foeliestraat een staking uit. Zij werden aangevoerd door vakbondsbestuurder Alida de Jong (1885-1943), zelf kostuumnaaister. Een jongetje uit de buurt, de latere schrijver Meijer Sluyzer, herinnert zich:
‘De vlammen sloegen eruit, toen de naaisters van Hertzberger in de Foeliestraat gingen staken. Omdat alle mensen familie van elkaar zijn, had iedereen een dochter, een nichtje, een achternicht, of een verre kennis, die bij Hertzberger achter de trap-machine voor een bloedloon ploeterde. Het sociale conflict werd een persoonlijke vete van iedereen tegen ene Hertzberger. Voor de jongens van de Joodse buurt was de staking geen klassestrijd, maar een klasseoorlog, een onverbloemde oorlog. Winnetou en Old Shatterland zakten weg in de achtergrond.’ (M. Sluyzer. ‘Er groeit gras in de Weesperstraat’ (Amsterdam 1962) pag. 142).