Kinkerstraat 31 *

Kinkerstraat 31 *, Cato Pas, 22 mei 1885

De eerste steen gelegd
door
Cato Pas
oud 9 jaar
22 mei 1885

Datum van steenlegging

22 mei 1885

Steenlegger(s)

Cato Pas

Achtergrond steenlegger(s)

Catharina Maria Jacoba (Cato) Pas (Amsterdam 13 juli 1875) was in 1885 het jongste kind van Henricus Andreas Pas (Amsterdam 1844-aldaar 1908) en Maria Johanna Arning (1848). In de jaren 1864-1878 woonde Henricus Pas met zijn gezin in de gemeente Nieuwer-Amstel, in het landelijke poldergebied tussen de Singelgracht en de Kostverlorenvaart. Het Bevolkingsregister (1874-1893) geeft als adressen van de familie het Lange Schuttingpad (gelegen aan zuidoever van de Lange Bleekerssloot, nu ter hoogte van de De Clercqstraat) en de Buitensingel (nu Singelgracht). Een broer van Hendrik, Joannes Jacobus, woonde aan het Lange Bleekerspad (tussen Bilderdijkstraat en Kostverlorenkade). In akten van de Burgerlijke Stand is het beroep van Henricus 'tapper' en 'kastelijn'.










Pand

In 1882 kochten Henricus Andreas en zijn broer Joannes Jacobus Pas (Amsterdam 1845) in 1882 grond op van de gemeente; deze had het geld hard nodig ter delging van gemeenteschulden. Op de hoeken van de verse Kinkerstraat en Da Costastraat lieten zij huizenblokken bouwen: in 1885 Kinkerstraat 31 hoek Da Costastraat, en in 1886, aan de overzijde, nog eens drie huizen met bovenwoningen (Nieuws van den Dag; kleine courant, 19 april 1886). Uit een berichtje in het blad 'Gemeenteraad' van 18 november 1885 geeft de gemeente de gebroeders op haar beurt toestemming de bebouwing van de grond voor dit nieuwe project twee jaar uit te stellen. Een en ander geeft een indruk van allerlei koortsachtige bouwactiviteiten (snel bouwen betekent meer geld), die zowel de gemeente als particuliere aannemers soms te snel ging...


Steen

De gedenksteen van Cato Pas zit in de zijgevel van het hoekpand, in de Da Costastraat. Boven de voordeur zit een gevelsteen met de kop van de Bataven-aanvoerder Claudius Civiles, die één oog had. De gevelsteen is een herinnering aan het stadspark ‘Tuin der Nederlanden’, later hernoemd tot ‘Claudius Civilis’.

Verdwenen: Kwakerspoel en pleziertuin ‘Claudius Civilis’

De Kwakerspoel lag tot eind 19de eeuw tussen de huidige Marnixstraat, Kostverlorenvaart, Kinkerstraat en Potgieterstraat de Kwakerspoel. Vanaf 1870-1880 werd de Kwakerspoel in gedeelten gedempt. In die jaren begon de gemeente Amsterdam het landelijke gebied ten zuiden van de Singelgracht te annexeren; ook kregen particuliere ondernemers de gelegenheid land te kopen en er woningen te bouwen. De vele molens die in de weiden werkzaam waren, alsmede de huizen en de boerderijtjes werden door de gemeente geannexeerd. De moderne industriële ontwikkelingen van de 19de eeuw (tweede Gouden Eeuw) brachten veel nieuwe inwoners naar de stad. Er was veel behoefte aan bouwgrond om nieuwe woonwijken te bouwen. Het stratenpatroon volgde hierbij de loop van de oude sloten en vaarten. De agrarische gemeenschapjes moesten daarom wijken, evenals het stadspark Tuin der Nederlanden/Claudius Civilis die daar tot 1885 had gelegen. Amsterdam kende een aantal stadsparken of pleziertuinen buiten de Singelgracht. De burgerij wandelde er graag in de frisse lucht, in de zomer waren er muziekuitvoeringen, en kon men er wat drinken. Op de plek van de tuin ligt nu het beginpunt (noordelijk deel) van de Kinkerstraat. Die plek wordt gemarkeerd door het gevelteken ‘Claudius Civilis’ in het pand Kinkerstraat/Da Costastraat. 

Bronnen

Theo Bakker. De vroegste industriegebieden. www.theobakker.net

Theo Bakker. Stads- en godshuispolder. www.theobakker.net

Wanda Nikkels. Pleziertuinen, golfbanen en lusthoven. In: Ons Amsterdam, 7-8, juli-augustus 2006, pags 304-307.

Ben Speet. Historische atlas van Amsterdam (Stadsarchief Amsterdam 2010) pags 46, 47, 50, 51

Stadsarchief Amsterdam, Indexen, Bevolkingsregister 1874-1893. Burgerlijke Stand, geboorte- en huwelijks- en overlijdensakten familieleden Pas.

Krantenartikelen uit KB Delpher.