Nieuwe Uilenburgerstraat 173-175 (1878) *

Nieuwe Uilenburgerstraat 173-175 (1878) *, H.J. Boas, 2 augustus 1878

De eerste steen dezer
Stoom Diamantslijperij
is
gelegd door den heer
H.J. Boas
2 augustus 1878

Datum van steenlegging

2 augustus 1878

Steenlegger(s)

H.J. Boas

Pand

In 1879 werd de bouw voltooid van 'een kolossaal gebouw, de grootste diamantslijperij ter wereld' volgens het dagblad De Grondwet, op 17 april 1879. De diamantslijperij van de gebroeders Boas was met haar 357 slijpmolens inderdaad imposant (een fabriek met 288 molens was al zeer groot). Volgens de eigenaren was hun fabriek belangrijk voor de stad Amsterdam; hiermee zou immers de diamantindustrie niet verdwijnen naar het buitenland. De opening was zeer feestelijk; veel kranten schreven er over, in lovende termen. De fabriek was ook schoon en ruim, en voorzien van de nieuwste technische snufjes. De molens werden aangedreven door stoom; het voormalige ketelhuis (nu een winkeltje) en de 300 meter hoge schoorsteen getuigen hiervan. Verder was er een vernuftig systeem middels ventilatoren voor frisse lucht, alsmede sanitaire voorzieningen voor de werknemers. Tijdens de opening hief de Amsterdamse wethouder Driessen met alle gasten een driewerf 'hoezee' aan voor de familie Boas.
Het pand is ontworpen door architect-werktuigkunde J.H. Meijer. Het toont de kenmerkende bouw van een diamantslijperij: lang (65.50 m) en hoog (21.60 m boven A.P.) doch niet breed (ca 14 m). De wand heeft veel ramen, gericht op het noorden. De zalen zelf meten 24 x 11 x 4 m; hiermee ontvangen de slijpers veel doch diffuus licht (zij zitten met de rug naar de ramen toe). Op het terrein stonden voorts een directeurskantoor en een portiersloge.

Relatie tussen steenlegger en pand

Rond 1870 begon Hartog (Herman) J. (Joseph/Juda) Boas (1854-1894) samen met zijn broers een handelsbedrijf in ruwe en geslepen diamanten. Het jonge bedrijf startte op Nieuwe Keizersgracht 16. Broers Israël (1840) en Marcus (1847) waren actief als diamantairs in Londen en Parijs; Hartog bleef in Amsterdam. Het bedrijf bloeide, mede dankzij het aanbreken van de zogenaamde Kaapse Tijd (1870-1873): rond 1870 werden er in Zuid-Afrika rijke diamantmijnen ontdekt en ontgonnen. Er ontstond een groot aanbod in ruwe en een grote vraag naar geslepen diamanten. Het werd nodig een grotere fabriek te laten bouwen, aan de Uilenburgerstraat (nu Nieuwe Uilenburgerstraat).
Hartog Boas was gehuwd met Fanny Rubens. Hun zoon was Julius Hartog Boas (1885).

Steen

Zie ook: Nieuwe Uilenburgerstraat 173-175, Julius Hartog Boas, 22 april 1887, en Nieuwe Achtergracht 17, Benno en Guy Leeser, 17 maart 1963.

Stoomslijperij Boas, een joods bedrijf

De diamantnijverheid in Amsterdam was in feite een joodse bedrijfstak. Rond 1890 had ruim 70% van de diamantarbeiders in Amsterdam een joodse achtergrond. Het gebouw werd volgens het joodse ritueel ingewijd (De Standaard, 24 juni 1879). Samen met een rabbijn werd een mezoeza bevestigd aan de rechter deurpost van de fabriek en van de zalen.

De mezoeza is een kokertje met daarin een opgerold stukje perkament met versregels uit Deuteronomium 6:4-9: Hoor Israël, Adonai, onze God, Adonai is Eén. (…)/ En gij zult ze [deze woorden] op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven. En Deuteronium 11: 13-20: En schrijft ze [deze mijn woorden] op de deurposten van uw huis, en aan uw poorten. Ook op de deurpost van de huizen der armen was een mezoeza bevestigd. Geld en aanzien hadden zij niet, maar wel hun geloof en hun rituelen. En de zangkunst. Paul (Saul) de Groot (Amsterdam 1899-Bussum 1968), eens partijleider van de Communistische Partij van Nederland (CPN), was de zoon van de joodse diamantslijper Jacob de Groot. Na een verblijf in Antwerpen, waar ook hij het vak leerde, kwam De Groot uiteindelijk in 1925 te werken in de Amsterdamse fabriek van Boas. In zijn biografie De dertiger jaren (I) 1930-1935 (Amsterdam 1967) vertelt De Groot: ‘In de fabriek waar ik werkte was het een vrolijke troep. Onder het werk werd veel gezongen, soms door hele zalen in koor. De diamantbewerkers waren grote muziekliefhebbers. Zij zongen aria’s uit de Italiaanse opera of koorwerken met Latijnse of Franse teksten, die zij in de zangverenigingen hadden geleerd. Tussendoor werden sigaren gerookt en gemberbolussen gegeten.’ (De Groot, p. 24).

Een chewresjoel?

In vrijwel elke Amsterdamse straat met joodse bewoners trof men sjoeltjes (kleine synagogen) aan. Dit waren huissjoeltjes en chewre (verenigings)sjoeltjes. Ook Boas had voor zijn arbeiders op het fabrieksterrein zo’n bidhuisje laten bouwen. Een reden om een chewresjoeltje te stichten was de afstand van de officiële synagoge. Met dit bidhuisje konden de diamantbewerkers in hun pauze ter synagoge gaan. De bronnen maken niet duidelijk waar dit gebouwtje heeft gestaan, wanneer het is opgericht en tot hoe lang het heeft gefunctioneerd. Een ooggetuige, Elias S. (Simon) Hen (1880-1943), schrijft in 1925 het artikel ‘Iets over huis- en chewresjoelen in Amsterdam’ (NIW, 14-08-1925). Hij vertelt: ‘Op het terrein der diamantslijperij ‘Boas’ was een apart gebouwtje als sjoel ingericht voor diamantbewerkers.’ Helaas was deze sjoel, gelijk een aantal andere sjoeltjes in de buurt, op het moment van schrijven (1925) reeds verdwenen.

Een chewre (vereniging) kon zich opheffen; het gebouw kan blijven staan. Een foto uit het Stadsarchief toont het Boas-terrein met daarop een huisje. Het is raamloos (dichtgemetseld?). Het staat nog aangegeven op een kaart van de Dienst Bouw en Woningtoezicht, 1929-1935 (archiefnr 10040, inv.nr 180). Misschien was dit het chewresjoeltje van Boas…

Bronnen

Paul de Groot, De dertiger jaren 1930-1935. Herinneringen en overdenkingen (Amsterdam 1965), pags 23-25, 66-67.

E.S. Hen, Iets over huis en chewresjoeltjes in Amsterdam. In: Nieuw Israelitisch Weekblad, 4 augustus 1925 (Delpher).

H. Pen, De opvallende geschiedenis van de Amsterdamse diamanthandel (over de expositie ‘Amsterdam Diamantstad’ in het Joods Historisch Museum, 27 sept 2019-1 maart 2020. In: Het Parool, 26 september 2019.

Rijksmonumenten.nl, monumentnr 498625. Beschrijving van de stoomslijperij van Boas, Nieuwe Uilenburgerstraat 173-175.

Stadsarchief Amsterdam, Bevolkingsregister 1864-1874, 1874-1893.

Stadsarchief Amsterdam. Archief Diamantslijperij Gebroeders Boas en andere firma’s van familie Boas, met familiearchief; Inleiding (archiefnr 1110).

InfoNu.nl, Mens en samenleving, Religie, Het Joodse heilige teken: de Mezoeza (symbool aan deurpost).